De Gezinsaanpak startte in 2020, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De opdracht was duidelijk: een gemeentelijke gezinsaanpak ontwikkelen waarmee gemeenten vanuit hun regierol de cyclus van laaggeletterdheid kunnen doorbreken. Een projectteam van Stichting Lezen, Stichting Lezen en Schrijven, en de Koninklijke Bibliotheek zette de aanpak op. In de jaren die volgden werd het traject om de regierol wettelijk vast te stellen uiteindelijk toch niet opgestart.
“Eerst was dat vervelend,” vertelt Saskia. “Je bent iets aan het ontwikkelen vanuit het idee dat het verplicht wordt. Gemeenten hadden veel vragen, want ze moesten en wilden er iets mee.” Boudewijn vult aan: “Gemeenten zijn voor héél veel dingen verantwoordelijk. Intrinsieke motivatie is de basis, maar een wettelijke verplichting helpt wel om een onderwerp hoger op de prioriteitenlijst te krijgen. Vooral omdat het onderwerp raakvlakken heeft met heel veel andere dingen die spelen: armoede, uitkeringen, onderwijs, veiligheid...”
Intrinsieke motivatie is de basis, maar een wettelijke verplichting helpt wel om een onderwerp hoger op de prioriteitenlijst te krijgen. Boudewijn van der Lecq, projectleider Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid
Toch pakte het wegvallen van de verplichting positief uit. “De gemeenten die nu meedoen, doen dit écht omdat ze het willen”, vertelt Saskia. “Zij zijn zich uit zichzelf in laaggeletterdheid en de gezinsaanpak gaan verdiepen, omdat ze zien dat het belangrijk is. Die intrinsieke motivatie werkt eigenlijk veel beter dan ‘omdat het moet.’”
Samen met gemeenten
Samen stelden de drie organisaties het projectplan op. Eén ding stond als een paal boven water: gemeenten moesten een leidende rol krijgen. Saskia: “We wilden voorkomen dat wij als externe partijen een plan zouden bedenken dat in de praktijk nooit zou werken. We wilden het vooral samen met gemeenten ontwikkelen. En niet weer iets nieuws bedenken, maar juist verbinden wat er al was.”
Boudewijn: "Het was heel fijn dat de VNG in de stuurgroep zat, maar het zou nog fijner zijn als zij ook in het projectteam hadden gezeten voor het draagvlak."
Saskia vult aan: “Het is vooral belangrijk om bestaande initiatieven met elkaar te verbinden. De VNG ontwikkelde bijvoorbeeld het programma Sterke Pedagogische Basis. Dat kan een goede aanvulling zijn op wat er al gebeurt. Door samen op te trekken kunnen we de krachten bundelen, in plaats van steeds nieuwe losse initiatieven te starten. En ook op rijksniveau liggen er kansen. Onderwijs valt onder OCW, kinderopvang onder SZW en de eerste 1000 dagen onder VWS. Door deze partijen vaker aan één tafel te krijgen, voorkomen we overlap en creëren we synergie. Zo versterken we elkaar en bouwen we samen aan een stevige basis voor gezinnen."
Door samen op te trekken kunnen we de krachten bundelen, in plaats van steeds nieuwe losse initiatieven te starten. Saskia ten Houten, projectleider Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid
Het belang van bewustzijn
De Gezinsaanpak werd opgedeeld in 3 fasen: de Ontwikkelfase, de Pilotfase en de Uitrolfase. In de Ontwikkelfase bedacht de werkgroep samen met 5 gemeenten hoe de Gezinsaanpak eruit moest zien. Het resulteerde in een aanpak die bestaat uit 6 stappen die gemeenten naar eigen inzicht kunnen doorlopen.
“Al in de Ontwikkelfase bleek hoe belangrijk het creëren van bewustzijn is”, vertelt Boudewijn. “Het thema laaggeletterdheid is vaak belegd bij één beleidsadviseur, bijvoorbeeld van onderwijs of welzijn. Pas als je collega’s van andere afdelingen ook laat inzien wat de impact is van laaggeletterdheid binnen het gezin, wordt duidelijk hoeveel beleidsterreinen dit raakt. Zodra dat kwartje bij iedereen valt, krijg je dingen van de grond.”
De regierol beleggen
Een tweede onderwerp dat centraal stond, was de regierol. “Vanuit de WEB-gelden hebben gemeenten de wettelijke taak om volwasseneducatie aan te bieden. Maar zij hebben geen wettelijke regierol. Het plan om die taak vanaf 2025 bij de gemeente te beleggen, was niet voor niets”, vertelt Saskia.
“Sommige gemeenten beleggen de regie bij een andere organisatie, bijvoorbeeld bij de bibliotheek of een externe organisatie. Dat werkt niet. De bieb kan het netwerk opzetten, maar gaat niet over de kennis en de samenwerking binnen de gemeente zelf. Of over beleid. De bieb kan ook geen opdrachten geven aan andere organisaties, zoals welzijn of de kinderopvang. Ook krijgt een externe organisatie de gemeentelijke organisatie niet in beweging. Dat kun je echt alleen als gemeente zelf. Het is geen goed idee om de regie uit handen te geven. In de eerste twee fasen deden we daar veel ervaring mee op. Daarom ontwikkelden we een monitor waarmee gemeenten de regierol in kaart kunnen brengen.”
Eén aanpak voor 342 gemeenten
In de eerste twee fasen van de Gezinsaanpak kregen gemeenten een vergoeding om mee te doen. In de Uitrolfase niet meer. Toch was het enthousiasme groot. Er was plek voor 25 gemeenten, het werden er 31. Het projectteam zocht bewust naar hele verschillende gemeenten om de aanpak aan te scherpen.
Boudewijn: “De opdracht was om een aanpak te ontwikkelen die voor 342 gemeenten werkt. Maar gemeenten verschillen onderling erg van elkaar. Er doen hele kleine gemeenten mee, maar ook hele grote. Of gemeenten met meerdere kernen. Bij die laatste is bereikbaarheid vaak een issue. Mensen uit een kleine kern moeten soms kilometers reizen om bij een bieb of school te komen. Dat is een uitdaging die je samen goed moet onderzoeken. In een stad speelt dat weer minder.”
Ook de bezetting verschilt per gemeente. Saskia: “Sommige gemeenten hebben 1 persoon die zich met dit onderwerp bezighoudt, andere een hele afdeling. De tijd die mensen voor het onderwerp krijgen, verschilt. En ja, als je 32 uur per week werkt en 4 uur hebt voor dit onderwerp, dan sneeuwt het vaak onder.”
Het vrijmaken van genoeg tijd en budget was voor meer gemeenten een uitdaging. “Gemeenten hebben het druk, en elk onderwerp heeft zijn eigen urgentie. Dit voelt al snel als iets nieuws, als iets dat erbij komt. Maar het gezin komt op álle beleidsterreinen voorbij. Gezinnen met multiproblematiek kun je met de Gezinsaanpak echt op de lange termijn helpen.”
Een langdurige aanpak is minder zichtbaar, minder sexy. Maar het is onmisbaar wil je het probleem écht oplossen. Saskia ten Houten, projectleider Gemeentelijke Gezinsaanpak Geletterdheid
Uitdagingen
Zodra het over die lange termijn gaat, veren Saskia en Boudewijn allebei op. Het is duidelijk: dit is een belangrijk punt. Saskia: “Het grootste probleem is dat de langetermijnvisie op het doorbreken van de cyclus van laaggeletterdheid vaak ontbreekt. Dit duurt twee generaties, en dat is lang. Problemen met directe urgentie gaan dan voor. Een snelle oplossing is ook vaak makkelijker en werkt politiek beter: ‘kijk, dit hebben we gefixt!’ Een langdurige aanpak is minder zichtbaar, minder sexy. Maar het is onmisbaar wil je het probleem écht oplossen. Dat begint in Den Haag, de landelijke politiek maakt hier geen stevige keuzes in.”
In 2017 liet Stichting Lezen en Schrijven onderzoek doen naar de kosten van laaggeletterdheid: maar liefst 1,2 miljard euro per jaar. Dat onderstreept hoe belangrijk het is om hier samen werk van te maken. Er is veel aandacht voor gelijke kansen en iedereen moet kunnen meedoen, en dat biedt een mooie basis om nu echt door te pakken. Investeren in preventie en in de scholing van professionals rond gezinnen op het gebied van taal kan een groot verschil maken. Ook het voortzetten en borgen van succesvolle programma’s, zoals Tel mee met Taal, is cruciaal om duurzame resultaten te behalen. Als we losse initiatieven beter verbinden en structureel verankeren, kunnen we voorkomen dat kansenongelijkheid toeneemt. Hopelijk grijpt het nieuwe kabinet deze kans om samen met het veld te bouwen aan een sterke, blijvende aanpak.
De toekomst
Het project is inmiddels afgerond. De aanpak staat en blijft toegankelijke via www.gezinsaanpak.nl. Hier wordt nieuwe kennis en ervaringen van gemeenten gedeeld. Stichting Lezen en Schrijven neemt de Gezinsaanpak over en ondersteunt gemeenten die met de aanpak aan de slag gaan.
“Gezinsgericht werken is inmiddels een groot thema. Ik hoop echt dat deze aanpak landelijk wordt opgepakt,” zegt Saskia. “De uitdaging is nu om ook de andere 298 gemeenten te bereiken. Het zou geweldig zijn als de VNG daar een rol in kan spelen.”
Beiden kijken terug op een mooi traject. “Ik word vrolijk als ik hoor dat er mooie samenwerkingen zijn ontstaan door integraal te werken,” vertelt Boudewijn. Saskia vult aan: “En er zijn ook gemeenten die door deze aanpak wél structureel budget hebben gecreëerd. Daar gaat een deel van de WEB-gelden inmiddels structureel naar de Gezinsaanpak. Missie geslaagd!”
Ook aan de slag met een gezinsgerichte aanpak van laaggeletterdheid?
Op de website van Stichting Lezen en Schrijven lees je hier alles over. Je kan ook persoonlijk contact opnemen de regionale adviseurs. Zij helpen je graag verder!